De zwarte stift als internationale standaard
Ik ben maar een eenvoudig boertje. Geen jurist, geen onderzoeksjournalist, geen elite. Ik weet niet eens hoe je “transparantie” schrijft zonder spellingscontrole. Maar ik herken patronen. Dat leer je op het land. Als alle koeien tegelijk de andere kant op kijken, dan staat er óf een wolf óf een ambtenaar.
Ik volg die Epstein-zaak al een tijdje. Niet uit sensatiezucht hoor — nee, puur uit verwarring. Want hoe een halve idioot en zijn vriendin een internationaal misdaad-wellnessresort konden runnen met minder toezicht dan mijn kippenhok, dat gaat mijn pet te boven. Maar goed, dat moest allemaal onderzocht worden. En onderzocht betekent: openbaar gemaakt.
Nou ja… openbaar.
De Epstein-files gingen open en ik dacht: kijk, daar is ‘ie dan, de waarheid.
Maar wat bleek? Alles zwart. Zó zwart dat zelfs mijn zonnepaneel er depressief van werd. Namen weg, data weg, verbanden weg. Alleen hier en daar een losse zin, alsof iemand een misdaadroman heeft herschreven met een stift en een burn-out.
En toen kreeg ik een déjà vu.
Want dát, dames en heren, is exact hoe de Kansspelautoriteit werkt.
Niet inhoudelijk anders hoor — nee nee — procedureel identiek.
Je dient een Woo-verzoek in en je krijgt geen antwoord, je krijgt een kunstwerk. Een collage van zwarte vlakken, beleidswoorden en morele superioriteit. Vier deelbesluitjes later weet je vooral dit:
– dat ambtenaren vrij moeten kunnen denken
– vrij moeten kunnen praten
– en vooral: vrij moeten blijven van nieuwsgierige burgers
Want stel je voor dat wij zien hoe besluiten worden genomen. Dat zou chaos veroorzaken. Mensen zouden vragen gaan stellen. En vragen zijn het gateway-drug naar democratie.
In de Epstein-files zie je hetzelfde.
Eerste zin zichtbaar: “Op basis van onze bevindingen…”
Alles zwart
Laatste zin zichtbaar: “…zijn verdere stappen niet nodig.”
Dat is geen openbaarmaking, dat is striptease met winterkleding.
En ineens dacht ik:
Misschien is die Nederlandse connectie helemaal geen persoon.
Misschien is het een werkwijze.
Misschien heeft iemand bij de Ksa ooit gezegd:
“Jongens, als het écht spannend wordt, doen we het gewoon Amerikaans. Zwart maken. Veel zwart maken. Zo zwart dat niemand meer weet waar het over ging.”
Ik zie het al voor me. In Palm Beach. Bij dat zwembad.
Niet Epstein in een badjas — nee —
maar een paar keurige Nederlanders met een flip-over:
“Jeffrey, we hebben gekeken naar jullie dossiers. Goed verhaal, maar iets te veel informatie. Wij adviseren:
– meningen eruit
– context eruit
– namen eruit
– en als het kan: de waarheid ook.”
Epstein knikt.
“Goh,” zegt hij, “dat doen wij hier normaal anders.”
“Ja,” zegt de Nederlander, “maar wij noemen het zorgvuldige belangenafweging.”
En ondertussen hier in Nederland hoor ik weer die klassiekers:
– “Geen actieve herinneringen”
– “Dat dossier ken ik niet”
– “Is niet relevant voor dit verzoek”
Niet relevant!
Alles is niet relevant, behalve de conclusie. En die is altijd: nee.
Ik wacht nu op het volgende besluit. Over de cash centers.
Met spanning. Met popcorn. En met één grote vraag:
Heeft de Ksa al genoeg zwarte stiften…
of moeten die nog uit Amerika komen?
Want als de werkwijze bij Epstein hetzelfde is als bij mijn Woo-verzoeken,
dan is één ding zeker:
De waarheid is er wel.
Maar die mag alleen naar buiten
als niemand ’m meer kan lezen.
En dat, beste mensen, is geen complot.
Dat is beleid.