COLUMN:
De tovenaar van de ziektewet
Stel je voor: je hebt een bedrijf, een groot concern zelfs. Je hebt een directeur die – laten we het netjes zeggen – geen enkele visie heeft. Dus wat doe je? Je zet hem aan de kant. Logisch. Maar dan… komt er een nieuwe held binnen: de financieel directeur.
En dit is niet zomaar iemand. Nee, dit is een soort Tita Tovenaar van de directiekamer. Brieven van de bank? Poef, verdwenen! Net als Jiladdin die ooit over een stoffige lamp wreef en er een wens-tovenaar verscheen, zo kon hij met dezelfde lege blik de illusie wekken dat alles wel goed zou komen. Totdat, uiteraard, de bank ineens besloot de kraan dicht te draaien. Niet meer stromen, hooguit een druppeltje.
Je zou denken: einde verhaal, opstappen, en bedankt voor de gespeelde magie. Maar nee. Hier komt het echte toverwoord van de moderne tijd: ziektewet. In plaats van verantwoordelijkheid nemen, kiest men voor de rol van slachtoffer. En in Nederland betekent dat automatisch: geld blijft komen, zolang je maar een doktersbriefje kunt laten zien.
En wat doen onze rechtbankjes dan? Juist ja: die gaan serieus besluiten dat zo’n incapabele figuur gewoon moet worden doorbetaald. Niet omdat hij iets toevoegt, niet omdat hij resultaten boekt, maar omdat het systeem nu eenmaal zo is ingericht. Het is bijna poëtisch in zijn absurditeit: hoe slechter de kwaliteit, hoe hoger de rekening.
Dan vraag je je toch af: zitten er in die rechtszalen nog rechters die bij hun geboorte wel genoeg zuurstof hebben gekregen? Of zijn het tegenwoordig allemaal marionetten die blindelings de wet volgen, zelfs als die allang niet meer strookt met gezond verstand?
Fair Play heet het bedrijf. Ironisch, want eerlijk spel lijkt in dit land allang geen vereiste meer.
Misschien moeten we er maar een nationale maandag-traditie van maken: de krant openslaan, een kop koffie pakken, en ons verwonderen over hoe knettergek deze wereld is geworden.