De Kansspelautoriteit (Ksa) heeft het Woo-besluit 19162 openbaar gemaakt naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Dit besluit ziet op documenten over de samenwerking en communicatie tussen de Ksa, banken en betaaldienstverleners — waaronder betaalmethoden als iDEAL — in het kader van de bestrijding van illegaal online gokken over een lange periode, grofweg vanaf 2012 tot aan de invoering van de Wet Kansspelen op Afstand.
Centraal in het dossier staat de vraag hoe effectief banken en betaaldienstverleners zijn ingezet als handhavingsinstrument. Al in een vroeg stadium werd door de toezichthouder ingezet op het afsnijden van geldstromen richting illegale aanbieders, omdat het blokkeren van betaalverkeer vaak effectiever wordt geacht dan het achteraf sanctioneren van aanbieders die zich buiten Nederland bevinden.
Belangrijkste bevindingen uit het Woo-besluit
-
Structureel overleg met banken en betaalproviders
De documenten laten zien dat er over meerdere jaren overleg is geweest tussen de Ksa, banken en betaaldienstverleners over hun rol bij het signaleren en blokkeren van transacties naar illegale gokaanbieders. -
Gebruik van banken als poortwachters
Banken worden expliciet gezien als poortwachters binnen het financiële systeem, met verantwoordelijkheden die voortvloeien uit onder andere de Wwft (Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme). Het betaalverkeer werd beschouwd als een cruciale schakel in de handhaving. -
Beperkte transparantie door weglakkingen
Een aanzienlijk deel van de documenten is gedeeltelijk onleesbaar gemaakt. Hierdoor blijft onduidelijk hoe concreet en effectief afspraken zijn geweest, en in hoeverre banken en betaaldienstverleners daadwerkelijk zijn overgegaan tot structurele blokkades. -
Verschil tussen beleid en praktijk
Hoewel er op papier instrumenten en afspraken bestonden om illegaal gokken via het betalingsverkeer tegen te gaan, roept het dossier de vraag op of deze afspraken in de praktijk consequent zijn nageleefd.
Het Woo-besluit 19162 schetst daarmee een beeld van een langdurige en complexe handhavingsaanpak, waarin niet alleen aanbieders van illegale kansspelen, maar ook de financiële infrastructuur een centrale rol speelt. Tegelijkertijd maakt de openbaarmaking duidelijk dat de effectiviteit van deze aanpak moeilijk vast te stellen is.
Column – Cash centers, zorgplicht en andere moderne sprookjes
Ik moet eerlijk bekennen: toen ik ooit cash centers exploiteerde, had ik niet verwacht dat ik later onderdeel zou worden van een nationaal handhavingsverhaal over illegaal gokken. Ik dacht dat ik bezig was met contant geld. Blijkbaar was ik in werkelijkheid figurant in een beleidsdrama over zorgplicht, betaalrails en morele verantwoordelijkheid.
En dan verschijnt daar ineens Woo-besluit 19162. Een document waaruit blijkt dat al meer dan tien jaar wordt gezocht naar manieren om illegaal gokken via het betalingsverkeer te stoppen. Tien jaar. Dat is langer dan sommige illegale casino’s bestaan — en vermoedelijk ook langer dan de gemiddelde interne memo bij een bank wordt onthouden.
Wat mij vooral raakt, is de ironie. Terwijl banken, betaalproviders en toezichthouders jarenlang overlegden, experimenteerden en evalueerden, werden mijn cash centers vrij geruisloos van de markt gehaald. Niet omdat er zwart op wit stond dat ze illegaal waren — maar omdat ze mogelijk handig zouden kunnen zijn voor mensen die iets deden wat niet mocht. Schuld door associatie, maar dan met een pinautomaat.
Het mooie is: uit het Woo-besluit blijkt dat niemand echt de regie had. Banken hadden een zorgplicht, maar ook commerciële belangen. Toezichthouders hadden bevoegdheden, maar weinig directe grip. En betaalproviders stonden ergens in het midden, druk bezig met compliance-teksten die vooral uitlegden waarom iets eigenlijk best ingewikkeld lag.
En daar stonden wij dan — cash centers — ineens gepresenteerd als het probleem, terwijl de echte geldstromen vrolijk digitaal bleven doorlopen. Als dit een film was, waren wij niet de schurk, maar die figurant die per ongeluk werd opgepakt omdat hij toevallig in beeld stond.
Zelfspot? Zeker. Sarcasme? Onvermijdelijk. Een vleugje rancune? Absoluut. Want als dit Woo-besluit iets laat zien, dan is het dat handhaving vaak niet gaat over wie het meeste fout doet, maar over wie het makkelijkst te pakken is.
Misschien was mijn grootste fout niet dat ik cash faciliteerde, maar dat ik dacht dat logica en proportionaliteit vaste waarden waren. Dat was naïef. Maar goed — sprookjes eindigen ook zelden met een compliance-afdeling die sorry zegt.