De Nationaal Rapporteur Verslavingen, Arnt Schellekens, waarschuwt opnieuw voor de groeiende schade van gokverslaving in Nederland, maar verwerpt een algeheel gokverbod. Zo’n verbod werkt averechts: het drijft spelers naar illegale aanbieders en vermindert de zichtbaarheid én beheersbaarheid van risico’s. In plaats daarvan vraagt hij om structurele preventie, betere verslavingszorg en schadebeperking, met extra aandacht voor jongvolwassenen. Ouders zouden actief het gesprek met hun kinderen moeten voeren, omdat schijnbaar onschuldige sportweddenschappen het begin kunnen zijn van problematisch gedrag. Schellekens wijst er ook op dat online platforms werken met algoritmes en huisvoordeel, waardoor de speler structureel op achterstand staat. Verder pleit hij voor strengere leeftijdscontroles bij online casino’s, ruimere bevoegdheden voor de Kansspelautoriteit (zoals het effectief blokkeren van illegale sites), en een grotere rol voor banken om gokbetalingen van minderjarigen te signaleren of tegen te houden. In aanloop naar de verkiezingen roept hij partijen op verslaving structureel hoger op de politieke agenda te zetten.
COLUMN:
Boerenverstand, rode hanen en een zwarte bril
Eindelijk. Niet alleen “domme boeren” — mijn woorden — beginnen het te snappen, ook iemand met een bul zwaait nu dezelfde richting op. De Nationaal Rapporteur zegt het hardop: een totaalverbod op gokken werkt niet. Mooi. Maar het echte nieuws staat tussen de regels: banken horen zich niet langer achter algemene voorwaarden en grijze betaalstroomsprookjes te verschuilen.
Jarenlang mochten illegale goksites fluiten en afrekenen. Inleg erin, winst eruit, en ergens in het midden tikte er een kassa mee. Niet op een achterafkantoor met rook waar de klok stilstaat, maar keurig digitaal, met bonuspunten en wachtrijmuziek. De wet is inmiddels duidelijker, de maatschappelijke schade zichtbaarder — en toch lijkt het alsof we een toneelstuk spelen waarin iedereen exact weet wat hij moet doen, maar niemand zijn cue pakt.
De Kansspelautoriteit? Die schrijft regels voor aanbieders tot de lettergrootte op de bonustekst aan toe. Boetes worden uitgedeeld als confetti op een carnavalswagen, maar aan het eind van de optocht ligt het geld nog steeds op straat. Handhaving die je niet incasseert is geen handhaving; het is een persbericht met een stempel.
Intussen schuift de publieke opinie onrustig op haar stoel. Ouders proberen het gesprek met hun kinderen te voeren, hulpverleners houden wacht, en spelers balanceren op een koord dat steeds dunner wordt. De legale markt zou veiligheid moeten bieden, maar zolang illegale kanalen kunnen blijven ademen via het financiële systeem, zet je met één hand een hekje neer en met de andere laat je de poort open.
Dus ja: roep die banken ter verantwoording. Niet met een nieuwe flyer of een “we nemen dit serieus”-statement, maar met meetbare afspraken. Drie simpele vragen om te beginnen:
- Kunt u realtime verdachte gokstromen herkennen en blokkeren?
- Kunt u minderjarigen en geschorste spelers actief afschermen, niet alleen in theorie maar aantoonbaar in de praktijk?
- Kunt u maandelijks openbaar rapporteren: hoeveel geblokkeerd, hoeveel doorgelaten, hoeveel gemeld, hoeveel hersteld?
En aan de Ksa: maak van boetes geen eindstation maar een beginpunt. Publiceer een incassoradar: opgelegd, betaald, openstaand, en zo nodig — internationaal — verhaald. Geef slachtoffers en hulpverleners het recht om te weten wat er met die boetes gebeurt. Transparantie is geen luxe; het is de enige manier om te laten zien dat regels tanden hebben.
Dan Den Haag. We hebben geen nieuwe commissie nodig die drie jaar reflecteert op het woord “verantwoord”. We hebben één rode haan nodig die ‘s ochtends kraait, alle ramen openzet en die zwarte Heino-bril op het nachtkastje laat liggen. De werkelijkheid is fel licht: illegaal aanbod floreert bij gemakzucht, legale spelers verliezen bij onheldere grenzen, en toezichthouders verliezen geloofwaardigheid als ze wel schrijven maar niet innen.
Laat het dan nu maar eens beginnen: boeren nuchterheid én slimmigheid. Nuchterheid die zegt: als je geldstromen dichtzet, droogt de handel op. Slimmigheid die begrijpt: technologie kan dat vandaag. En moed die zegt: we meten, publiceren en bij falen volgen consequenties — voor aanbieders, tussenpersonen én banken.
Geen heksenjacht, geen symboolpolitiek. Gewoon doen wat werkt:
– Geldstromen dicht waar het illegaal is.
– Boetes innen, niet alleen aankondigen.
– Hulp en preventie financieren uit wat je daadwerkelijk ophaalt.
– En bovenal: ophouden met wegkijken.
Als de haan kraait, is het geen ochtendritueel meer. Het is het signaal dat er gewerkt gaat worden. Zonder zwarte bril. Met open ogen. En met het boerenverstand dat we al die tijd al hadden.