Het belletje rinkelt: Mirjam Bikker gaat het land redden
Luister eerst zelf naar de podcast van Mirjam Bikker en Marcel van Kleij en vorm vooral uw eigen mening. Daarna nodig ik u graag uit om onderstaande column te lezen.
🎙️ Podcast: https://youtu.be/0d1K3nQoA7E
Mirjam Bikker zit aan tafel met Marcel van Kleij van OpenOverGokken.nl om te praten over gokverslaving. Een belangrijk onderwerp. Een bloedserieus onderwerp zelfs.
Maar serieus praten over een probleem begint met één vervelend woord waar ze in Den Haag soms spontaan huiduitslag van krijgen:
analyse.
Geen koffieleut. Geen kakelende kippen die allemaal tegelijk roepen dat gokken verschrikkelijk is, zonder eerst uit te zoeken waar, hoe en bij wie het werkelijk misgaat. Geen wedstrijdje wie het hardst “jongeren!” kan roepen. Gewoon feiten van fabels scheiden.
Tijdens de podcast gaat er ergens een belletje. Mirjam zegt vrolijk dat het belletje rinkelt en dat ze het land weer moeten gaan redden.
Kijk, daar ben ik het onmiddellijk mee eens.
Er moet inderdaad iets gered worden.
Laten we beginnen met het debat.
Verslaving bestaat. Dat is geen discussie
Mensen kunnen verslaafd raken aan alcohol, drugs, seks, gokken en nog een hele rij andere zaken waarvan het lichaam, het huwelijk en de portemonnee meestal niet opknappen.
Gokverslaving bestaat. Gokschade bestaat. Gezinnen kunnen eraan onderdoor gaan. Schulden kunnen levens verwoesten. Daar hoeft niemand lacherig over te doen.
Maar juist omdat het probleem zo ernstig is, mag je eisen dat politici, hulpverleners, toezichthouders en belangenclubs het probleem behoorlijk analyseren.
Niet eerst een conclusie trekken en daarna net zo lang cijfers, verhalen en kreten verzamelen totdat die conclusie ongeveer passend is gemaakt.
Aan tafel bij Mirjam zit Marcel van Kleij van OpenOverGokken.nl. De boodschap is voorspelbaar: spelers moeten bellen, praten en langskomen.
Dat kan nuttig zijn. Voor sommige mensen zelfs noodzakelijk.
Maar ik blijf dat eenvoudige boertje uit Twente dat ook wil weten hoe het verdienmodel rondom de verslaafde speler precies werkt. Wie ontvangt subsidies? Wie krijgt opdrachten? Wie verkoopt onderzoeken, voorlichtingsprogramma’s, trainingen en advies? Wie maakt na afloop het grafiekje waarop het lijntje liefst ieder jaar wat hoger staat?
Want laten we eerlijk zijn: in de gokwereld zit bijna iedereen er voor het geld.
De aanbieder. De affiliate. De hulpverlener. De onderzoeker. De overheid via belastingen en dividenden. En de politicus zit er vermoedelijk niet helemaal gratis.
Ik heb tenminste nog nooit een Kamerlid gezien dat na een debat een pet bij de uitgang hield met daarop: “Vrijwillige bijdrage voor mijn aanwezigheid.”
Dat maakt hun verhaal niet automatisch onwaar. Maar het betekent wel dat we niet moeten doen alsof alleen de commerciële aanbieder een financieel belang heeft en de rest toevallig uit pure naastenliefde aan tafel is aangeschoven.
De jeugd vliegt voorbij, maar de feiten blijven achter
In de podcast gaat het uiteraard over jongeren. Daarmee zullen vermoedelijk de jongvolwassenen van 18 tot en met 23 jaar worden bedoeld.
Die groep mag zich bij een legale Nederlandse aanbieder registreren. Ze worden alleen extra beschermd.
Voor nieuwe jongvolwassen spelers geldt een lage standaardstortingslimiet. Wie grotere bedragen wil storten, krijgt te maken met verplichte contacten, waarschuwingen en draagkrachtcontroles. Bij netto stortingen boven €300 per maand moet de aanbieder onderzoeken of de speler dat financieel kan dragen. Zonder voldoende onderbouwing moet de kraan dicht.
Dat is iets anders dan roepen dat iedere student zonder enige rem zijn volledige studiebeurs, huurtoeslag, fiets, kat en schoonmoeder in één avond door het digitale roulettewiel kan jagen.
Marcel gaat hoorbaar los op het beeld van jongvolwassenen die hun hele studiebeurs en nog veel meer vergokken.
Dat kan gebeuren. Zeker wanneer iemand meerdere accounts gebruikt, grenzen verhoogt of naar illegale aanbieders uitwijkt. Maar vertel er dan het hele verhaal bij.
Bij de legale aanbieder bestaan leeftijdscontrole, Cruks, stortingslimieten, interventies en zorgplichtregels. Of die regels altijd perfect worden uitgevoerd, is een terechte vraag. Maar doen alsof er helemaal geen bescherming bestaat, is geen analyse.
Dat is theater.
En voor theater hebben we in Nederland al genoeg gesubsidieerde zalen, commissies en woordvoerders die na afloop applaudisseren voor hun eigen interruptie.
Het casino zit tegenwoordig in de broekzak
Mirjam heeft tijdens haar onderzoek nog iets schokkends ontdekt.
De telefoon.
Want door de mobiele telefoon, zo horen we, heeft iedereen tegenwoordig iedere dag een casino op zak.
Dat klopt.
Maar op diezelfde telefoon staat ook de Bijbel. Je kunt er het NOS Journaal op kijken, belastingaangifte doen, een scheiding aanvragen, een koelkast kopen en binnen drie minuten iemand ontmoeten die zichzelf op zijn profielfoto twintig jaar jonger heeft gemaakt.
Op TikTok en andere sociale media gebeurt ondertussen werkelijk alles wat Onze Lieve Heer vermoedelijk niet in het oorspronkelijke ontwerp had opgenomen. De jeugd krijgt erotische content, nepnieuws, influencers, cryptomunten, afvaldiëten en filmpjes van mensen die voor aandacht wasmiddelcapsules zouden opeten wanneer het algoritme daarom vraagt.
Maar zodra er een roulettewiel op datzelfde scherm verschijnt, ontdekken we ineens dat niet het gedrag, niet het toezicht en niet de aanbieder het probleem is.
Nee.
De telefoon is het gevaar.
Dat is ongeveer hetzelfde als zeggen dat de koelkast alcoholisme veroorzaakt omdat er bier in kan staan.
De mobiele telefoon is geen gokautomaat. Het is een apparaat waarop duizenden producten en diensten samenkomen. De vraag is dus niet of het casino in de broekzak zit.
De vraag is welk casino, onder welke regels, met welke leeftijdscontrole, welke limieten en welk toezicht.
Dat onderscheid lijkt ingewikkeld, maar dat is het alleen wanneer je van tevoren hebt besloten dat nuance je verhaal in de weg zit.
Iedere revolutie is eerst levensgevaarlijk
We hebben dit eerder gezien.
Toen de commerciële televisie naar Nederland kwam, stonden ze bij het CDA waarschijnlijk met een emmer wijwater naast de beeldbuis. Nederland 1, 2 en 3 waren heilig. Commerciële televisie was heiligschennis.
Straks zouden kinderen alleen nog maar reclame kijken, gezinnen uit elkaar vallen en Nederland veranderen in één grote Tell Sell-studio waarin iedereen om drie uur ’s nachts een buikspierapparaat bestelde.
Daarna kwam het internet.
Gevaarlijk.
Daarna sociale media.
Gevaarlijk.
Daarna smartphones.
Ook gevaarlijk.
En nu online gokken.
Alweer gevaarlijk.
Technologische revoluties worden in Den Haag zelden vooraf begrepen. Eerst ontkennen we dat ze komen. Daarna zijn we verbaasd dat ze er zijn. Vervolgens schrijven we een rapport over waarom niemand ze zag aankomen.
De jeugd kijkt geen commerciële televisie meer, leest geen papieren krant, wacht niet om acht uur totdat iemand op Nederland 1 vertelt wat er die dag is gebeurd en ziet beslist niet alleen content waarvan een beleidsmedewerker vooraf heeft vastgesteld dat het pedagogisch verantwoord is.
Dat is wishful thinking.
De politiek moet leren vooruit te denken in plaats van achter de feiten aan te lopen.
Of beter gezegd: achter de feiten aan te slenteren.
Extra slenteren.
U begrijpt hem wel.
Mirjam zag gokreclame. Heel veel gokreclame
Mirjam vertelt dat ze tijdens het WK op enkele websites heeft gekeken en overal reclame zag.
Ik neem aan dat ze alleen heeft gekeken en niet stiekem tijdens de rust een tientje op de volgende hoekschop heeft gezet. Maar ook hier ontbreekt de nuance.
Wanneer was dat precies? Welke websites waren dat? Ging het om legale of illegale aanbieders? Ging het om online casino’s, sportweddenschappen of loterijen? Was de reclame gericht op Nederlandse bezoekers? En voldeed die reclame destijds aan de toen geldende regels?
Dat zijn geen lastige vragen. Dat zijn de eerste vragen.
Toch krijgen we vooral de bekende opsomming: reclame op bussen, trams en zelfs voetbalshirts.
Voor online gokbedrijven is openbare reclame inmiddels verboden. Sinds 1 juli 2025 mogen online aanbieders ook geen sportclubs, competities of voetbalshirts meer sponsoren.
Maar wie nog reclame van Eurojackpot ziet, kijkt naar een product van Nederlandse Loterij. En Nederlandse Loterij is voorlopig nog gewoon een onderneming waarvan de Nederlandse Staat aandeelhouder is.
Dus ja, mevrouw Bikker: gokreclame verdient kritische aandacht.
Maar misschien kan tijdens het volgende debat ook even worden gevraagd waarom de Staat met de ene hand gokreclame bestrijdt en met de andere hand loten verkoopt, dividenden ontvangt en de staatskas laat rinkelen.
Dat belletje in de podcast was misschien helemaal geen oproep voor een debat.
Misschien was het gewoon de kassa.
Hoge boetes! Alleen jammer van het incasseren
Dan komen we bij het illegale aanbod.
Mirjam wijst erop dat hoge boetes worden uitgedeeld. Dat klinkt daadkrachtig. De Ksa stuurt een persbericht, de boete bevat veel nullen en iedereen kan weer rustig naar huis.
Alleen is een opgelegde boete nog geen betaalde boete.
Wanneer buitenlandse illegale aanbieders vanaf een tropisch eiland, een brievenbus in Costa Rica of een kantoor achter drie tussenholdings opereren, blijkt het innen opeens ingewikkelder dan het schrijven van het persbericht.
Marcel merkte terecht op dat slechts een heel klein gedeelte daadwerkelijk wordt geïnd. Over exacte percentages en periodes moet steeds zorgvuldig worden gesproken, maar het algemene probleem is duidelijk: miljoenen aan opgelegde sancties hebben weinig afschrikkende werking wanneer de overtreder weet dat de Nederlandse overheid het geld waarschijnlijk nooit ziet.
Een boete die niet wordt geïnd, is geen straf.
Het is een boos briefje met een euroteken erop.
Honderd miljoen aan boetes opleggen en bijna niets binnenhalen, is hetzelfde als in het café roepen dat iedereen een rondje krijgt en vervolgens via het toiletraam vertrekken.
Waar speelt de minderjarige werkelijk?
Nu wordt het interessant.
Een minderjarige kan bij een legale Nederlandse aanbieder niet zomaar een spelersaccount openen. De aanbieder moet de identiteit en leeftijd controleren.
Waar kan die minderjarige of jongvolwassene zonder bescherming dan wél terecht?
Bij de illegale aanbieder.
Daar ontbreken vaak de Nederlandse leeftijdscontrole, Cruks, de zorgplicht, verplichte interventies en de Nederlandse stortingsgrenzen. Daar kun je soms met minimale controles een account openen, geld overmaken en doorspelen totdat het saldo, de studiebeurs en het verstand tegelijk verdwenen zijn.
En dan heb ik een simpele vraag voor Mirjam, Marcel, de Ksa en heel bestuurlijk Nederland:
Hoe komt het geld bij die illegale goksite?
Niet per postduif.
Niet in een envelop onder een palmboom.
En ook niet doordat een croupier uit Costa Rica met een collectebus langs de Nederlandse voordeuren gaat.
Het gaat via banken, betaaldienstverleners, betaalapps, cryptodiensten en andere financiële tussenpersonen.
De Ksa schrijft zelf dat illegaal aanbod moeilijker wordt wanneer tussenpersonen in het betalingsverkeer hun diensten niet meer beschikbaar stellen. Precies daar ligt dus een van de belangrijkste sleutels.
Waarom horen we dan honderd keer meer over een verboden reclametekst dan over het betalingsverkeer naar illegale aanbieders?
Pak niet alleen de goksite, pak de geldkraan
Stel dat een Nederlandse bank aantoonbaar en structureel betalingen naar bekende illegale goksites laat doorlopen, terwijl zij voldoende signalen en informatie heeft om die transacties te herkennen.
Waarom zou de financiële sector daar dan zonder serieuze consequenties mee wegkomen?
Waarom wordt bij legale aanbieders gesproken over boetes als percentage van de omzet, maar lijkt de bank die de betaling mogelijk maakt vooral te kunnen rekenen op een gesprek, een werkgroep, een seminar en misschien een vriendelijke kop koffie met een biologisch koekje?
Ik zeg niet dat iedere betaling automatisch betekent dat een bank de wet overtreedt. Daarvoor zijn feiten, kennis, wettelijke bevoegdheden en zorgvuldig onderzoek nodig.
Ik zeg wel dat hier de analyse moet beginnen.
Welke illegale aanbieders zijn bij banken en betaaldienstverleners bekend? Welke rekeningnummers en betaalroutes zijn geblokkeerd? Hoe snel worden nieuwe routes herkend? Welke meldingen ontvangt de Ksa? Welke aanwijzingen kan de toezichthouder geven? En welke sancties volgen wanneer een financiële instelling ondanks duidelijke waarschuwingen blijft faciliteren?
Geef een bank een werkelijk voelbaar financieel risico en kijk hoe snel de afdeling “dit is ingewikkeld” verandert in de afdeling “rekening geblokkeerd”.
Wat als een bank dertig procent van haar omzet als boete riskeert wanneer zij willens en wetens illegale geldstromen blijft verwerken?
Dan is het vermoedelijk binnen twee werkdagen technisch mogelijk.
Op maandag is het nog juridisch complex, praktisch onuitvoerbaar en internationaal verweven.
Op dinsdagmiddag staat er een rood knopje met: BLOKKEREN.
Wanneer de voorzitter van de Ksa ondertussen vertelt dat banken zijn vrienden zijn, schiet mij dan maar lek.
Ik zoek geen vriendenclub.
Ik zoek een toezichthouder.
Red de speler door het probleem goed te begrijpen
Ik heb meer ideeën voor een betere legale markt. Een markt waarin recreatief spelen mogelijk blijft, probleemspelers sneller worden herkend en illegale aanbieders werkelijk worden aangepakt.
Problemen zullen altijd blijven bestaan. Ook in een goed gereguleerde markt. Je kunt alcoholmisbruik bestrijden zonder ieder café te sluiten. Je kunt verkeersdoden willen voorkomen zonder alle auto’s te verbieden. En je kunt gokschade aanpakken zonder de legale markt zo onwerkbaar te maken dat spelers vanzelf naar illegale sites verhuizen.
Maar dan moet je wel analyseren.
Wie speelt waar?
Wie betaalt?
Wie ontvangt?
Welke bescherming werkt?
Welke regel verplaatst het probleem alleen maar?
Welke boete wordt werkelijk geïnd?
En wie verdient er ondertussen aan de bestrijding van het probleem?
Dat zijn vragen waar een serieuze podcast over gokverslaving mee zou moeten beginnen.
Niet eindigen.
Want wanneer je pas na drie kwartier ontdekt dat illegale aanbieders geen boodschap hebben aan Nederlandse regels, heb je geen analyse gemaakt.
Dan heb je met zijn tweeën een rondje om het probleem geslenterd.
Mirjam, kom eens naar het stalletje
Ik zal waarschijnlijk nooit worden uitgenodigd voor de podcast van Mirjam Bikker.
Dat begrijp ik ook wel.
Stel je voor dat ze mij moet aankondigen:
“Vandaag aan tafel: een nietszeggend boertje uit Twente dat al jaren dezelfde vervelende vragen stelt en weigert weg te gaan wanneer niemand antwoord geeft.”
Ik kijk Mirjam dan diep in haar mooie ogen, want die heeft ze. Haar innemende lach doet mij bijna smelten. Heel even overweeg ik de witte vlag te hijsen en uit te roepen dat Mirjam Bikker en de voltallige ChristenUnie alles scherp zien.
Maar waarschijnlijk vraag ik binnen dertig seconden:
“Zullen we eerst de illegale geldstromen eens lamleggen voordat we opnieuw een debat organiseren over een reclamebord dat al verboden is?”
Dus misschien moet ik Mirjam zelf maar uitnodigen.
Niet voor een podcast. Daarvoor heb ik de uitstraling van een verzopen kikker en dat combineert slecht met zo’n charmante politica.
Nee, gewoon bij mij op het stalletje.
Dan zetten we de feiten op een rij. We scheiden het legale aanbod van het illegale. We bespreken leeftijdscontroles, stortingsgrenzen, banken, betaaldienstverleners, niet-geïnde boetes en een toezichthouder die soms harder communiceert dan handhaaft.
Geen camera. Geen visagist. Geen communicatieadviseur die eerst controleert of het woord “probleem” wel voldoende inclusief is.
Gewoon twee stoelen, een tafel en eventueel een koe die af en toe instemmend loeit wanneer er eindelijk een verstandig voorstel wordt gedaan.
Daarna rinkelt het belletje weer en kan Mirjam terug naar Den Haag.
Dan mag ze tijdens het debat zeggen:
“Ik heb de Nederlandse gokker gered.”
Dat zou wat zijn.
Een probleem opgelost zonder commissie.
Zonder een commissie die eerst een andere commissie adviseert.
Zonder een onderzoeksbureau dat na drie jaar concludeert dat nader onderzoek noodzakelijk is.
Zonder beleidsverkenning, rondetafelgesprek, position paper, tussenrapportage, stakeholderbijeenkomst en een slotconferentie in een hotel waar iedereen na afloop een duurzame draagtas krijgt.
Gewoon door de illegale geldkraan dicht te draaien, de legale markt controleerbaar te houden en mensen met een werkelijk gokprobleem goede hulp te bieden.
Wie stuurt dit even door naar Mirjam en Marcel?
Dan ruim ik vast de stal op.
En Mirjam hoeft haar belletje niet mee te nemen.
Ik heb hier nog wel een koeienbel.