Terwijl half Nederland op een luchtbed ligt en de rest in de file naar Zuid-Frankrijk staat, werk ik gewoon door. Hitte of geen hitte, vakantie of geen vakantie, mijn nieuwsgierigheid kent geen bouwvak.
Misschien is dat ook wel precies de reden waarom ik nooit een baan zal krijgen bij de Kansspelautoriteit in Den Haag.
Daar liggen mijn Woo-verzoeken volgens mij lekker mee te genieten van de zomervakantie. Tot september zal er vast weer gedacht worden: “Ach, dat boertje waait ook wel over.”
Nou… helaas.
Mijn Woo-verzoeken gaan dit jaar niet op vakantie.
Sterker nog, ze worden alleen maar fitter.
En ik ben best bereid om ze een paar weken rust te gunnen… op één voorwaarde.
Dat ik eindelijk de onderzoeken en die e-mails te zien krijg die er volgens de verhalen niet zijn.
Want als ze echt niet bestaan, zijn we ook zo klaar.
Maar als ze wél bestaan…
dan wordt september misschien wel een heel warme maand.
Zelfs zonder zon
En nu Van Den Haag naar Willemstad: transparantie met tropische mist
Er zijn mensen die denken dat Curaçao vooral bekendstaat om zon, zee, strand en een koud drankje.
Ik begin langzaam te vermoeden dat er nóg iets is wat ze met Den Haag gemeen hebben.
Transparantie.
Of beter gezegd…
het ontbreken ervan.
Want of je nu een Woo-verzoek indient bij de Kansspelautoriteit in Den Haag of vragen stelt over miljoenencontracten op Curaçao, het antwoord lijkt overal hetzelfde:
“Vertrouw ons maar.”
Dat vind ik altijd een prachtige zin.
“Vertrouw ons.”
Dat is hetzelfde als een slager die zegt dat hij zelf zijn vlees heeft gekeurd.
Of een autoverkoper die begint met:
“Hij heeft altijd binnen gestaan.”
Ja natuurlijk.
En de kerstman bestaat ook nog.
Deze week las ik het verhaal over Curaçao. Er worden vragen gesteld over een miljoenenvergoeding aan adviseur Mario Galea. Niet omdat vaststaat dat er iets verkeerd is gegaan, maar juist omdat politici willen weten hoe de afspraken precies zijn gemaakt en waar het geld voor is betaald.
Kijk…
Dat zijn vragen.
En vragen stellen is in een democratie nog steeds niet strafbaar.
Sterker nog…
dat zou de normaalste zaak van de wereld moeten zijn.
Alleen lijkt het alsof overheden allergisch zijn voor één heel gevaarlijk woord:
controleerbaarheid.
Mijn trouwe lezers weten inmiddels dat ik al jaren bezig ben met mijn Woo-verzoeken aan de Kansspelautoriteit.
Pagina’s zwart.
Namen zwart.
Data zwart.
Telefoonnummers zwart.
En als het even kan…
de pagina zelf ook zwart.
Soms krijg ik het gevoel dat ze eerst een document maken en daarna pas bedenken waar de zwarte stift gebleven is.
Het mooie is dat iedereen vóór transparantie is.
Politici.
Toezichthouders.
Ministeries.
Openbaar Ministerie.
Functioneel Parket.
Iedereen.
Totdat iemand zegt:
“Mag ik de stukken even zien?”
Dan wordt het ineens heel stil.
Of erger…
heel ingewikkeld.
Dan hoor je woorden als:
“belangenafweging”
“zorgvuldigheid”
“intern beraad”
“onevenredige benadeling”
“lopende procedures”
“privacy”
en mijn persoonlijke favoriet:
“Dat kunnen wij op dit moment niet delen.”
Vrij vertaald:
“We hebben ze wel… maar u krijgt ze niet.”
En toen moest ik ineens glimlachen.
Want mijn lezers weten ook wie tegenwoordig advocaat-generaal op Curaçao is.
Robbert-Jan Boswijk.
Een keurige jurist.
Maar die naam…
die blijft toch bijzonder.
Want voordat je het weet…
sturen ze je weer het bos in.
Misschien is dat wel de oorsprong van de naam.
Bos…
Wijk.
Je denkt dat je de juiste afslag neemt.
En ineens sta je tussen de bomen zonder kaart.
Cabaret en werkelijkheid liggen soms gevaarlijk dicht bij elkaar.
Misschien moet ik mijn lievelingszus, die inmiddels op het prachtige Curaçao woont, maar eens op onderzoek uitsturen.
En geloof me…
als mijn zus ergens induikt…
blijft er geen velletje papier meer in de printer zitten.
Dan worden archiefkasten zenuwachtig.
Dan krijgen ordners spontaan stress.
En dan beginnen de paperclips al te trillen voordat de eerste vraag is gesteld.
Ondertussen hoor ik de bekende reacties alweer.
“Het Functioneel Parket is geen partij.”
“Het Openbaar Ministerie gaat daar niet over.”
“Dat valt buiten het onderzoek.”
“Daar kunnen wij geen mededelingen over doen.”
Prachtig.
Want hoe vaker ik hoor dat iemand ergens niet over gaat…
hoe nieuwsgieriger ik word wie er dan wél over gaat.
Misschien zit daar wel het echte probleem.
Niet alleen in Den Haag.
Niet alleen op Curaçao.
Maar overal.
We hebben een overheid gebouwd die van burgers volledige openheid verwacht.
Belastingaangifte?
Op tijd.
Bankrekening?
Inzichtelijk.
Herkomst van geld?
Aantonen.
Administratie?
Bewaren.
Maar zodra diezelfde burger vraagt:
“Mag ik eens zien hoe ú tot uw besluit bent gekomen?”
…begint de mist.
Misschien moeten we transparantie anders definiëren.
Niet als iets wat mooi klinkt in een beleidsnota.
Maar als iets wat je ook daadwerkelijk doet.
Want vertrouwen ontstaat niet doordat een overheid zegt dat zij betrouwbaar is.
Vertrouwen ontstaat doordat burgers kunnen controleren wat die overheid doet.
Dat is geen wantrouwen.
Dat heet democratie.
En democratie werkt nu eenmaal een stuk beter met glas dan met rookglas.
Tot volgende week.
En mocht mijn zus op Curaçao inderdaad op onderzoek gaan…
dan adviseer ik alvast extra papier te bestellen.
Je weet maar nooit.