Cabaret in Den Haag – aflevering 23691
Beste lezers,
Ik ben er helemaal klaar voor.
Morgen om 14.00 uur mag ik weer naar Den Haag.
De schoentjes zijn gepoetst.
Het koffertje staat klaar.
En ik ga weer op stap met de Stichting “Hoe Verstop Ik Papieren”.
Net toen ik vanmiddag dacht: laat ik als echte Tukker eens een Spaanse siësta houden tussen de koeien, ging mijn telefoon.
Dat gebeurt mij niet vaak.
Boertjes zijn namelijk druk met de koeien en nemen meestal niet eens op.
Maar goed.
Ik zie een nummer uit het westen.
Dan ga je toch denken.
Zou de Kansspelautoriteit eindelijk bellen om te zeggen:
“Henk, we hebben toch nog eens goed gekeken. Misschien hadden we die Cash Centers toch eerst moeten onderzoeken voordat we ze van de markt haalden.”
Maar nee.
Wie de Kansspelautoriteit een beetje kent, weet dat de kans daarop ongeveer even groot is als sneeuw op Ibiza.
Ik kreeg een vriendelijke dame van de Ksa aan de telefoon.
Haar naam zal ik uit privacy-overwegingen maar niet noemen. Je moet tegenwoordig tenslotte zorgvuldig zijn met persoonsgegevens.
De boodschap was eenvoudig.
Of ik mij morgen wel netjes wilde gedragen.
Taalgebruik.
Fatsoen.
Respect.
Dat stond blijkbaar hoog op de agenda.
Ik moest er toch een beetje om lachen.
Niet omdat de dame onvriendelijk was.
Integendeel.
Maar omdat ik mij ineens afvroeg hoe iemand zich eigenlijk hoort te gedragen als hij alles is kwijtgeraakt door een dossier waarin later onder ede wordt verklaard dat bepaalde onderzoeken helemaal niet zijn uitgevoerd.
Hoe ziet dat eruit?
Loop ik morgen naar binnen met:
“Goedemiddag, ik ben Henki. Mag ik alsjeblieft naar binnen?”
“Zal ik eerst koffie inschenken?”
“Moet ik nog even stofzuigen voordat de hoorzitting begint?”
Misschien neem ik ook wel gebak mee.
Dat schijnt de sfeer altijd ten goede te komen.
En terwijl ik daar zo over nadacht, moest ik ineens terugdenken aan een zitting bij de Raad van State.
Daar stond een medewerker van de Kansspelautoriteit doodleuk te verklaren dat “meneer Ten Voorde liegt en bedriegt alles aan elkaar.”
Geen onderbouwing.
Geen bewijs.
Geen schaamte.
Gewoon zeggen.
En vervolgens triomfantelijk de zaal inkijken alsof de wedstrijd al gewonnen was.
Dat schijnt dan wel weer onder fatsoenlijk gedrag te vallen.
Kijk, in Twente lossen we dat anders op.
Daar krijg je hooguit een boze buurman met een hooivork achter je aan.
Ik vermoed alleen dat ze bij de Kansspelautoriteit niet eens weten waar een hooivork voor dient.
Onderzoeken doen ze immers ook al niet zo graag.
Morgen staat de hoorzitting gepland.
Mijn verwachtingen?
Laat ik het zo zeggen.
Een hoorzitting bij de Kansspelautoriteit heeft ongeveer evenveel invloed op de uiteindelijke beslissing als een dikke kalkoen die op 24 december nog wordt binnengebracht bij de voedselbank.
Je weet eigenlijk al hoe het afloopt.
Toch ga ik.
Omdat de wet dat mogelijk maakt.
En omdat iedere stap uiteindelijk weer een stap richting de rechtbank is.
Maar ik speel het spelletje niet meer mee.
Ik ga geen pleitnota voorlezen alsof ik op de basisschool een spreekbeurt over de hamster van de buurvrouw houd.
Ze krijgen mijn pleitnota.
Op papier.
Rustig.
Zakelijk.
En als ze echt lef hebben, geven ze mij morgen direct de beslissing mee.
Dan kan ik tenminste weer verder.
Want uiteindelijk is dat waar het om draait.
Niet om toneel.
Niet om mooie woorden.
Niet om vergaderingen.
Niet om koffie.
Maar om de waarheid.
En voor de trouwe lezers van 24Coupons heb ik daarom een primeur.
Onder deze column staat mijn complete pleitnota.
Niet omdat ik nog advies nodig heb.
Maar omdat ik vind dat jullie net zoveel recht hebben om mee te kijken als de mensen die morgen om 14.00 uur aan tafel zitten.
Zo zijn jullie er toch een beetje bij.
Al moet ik eerlijk zeggen dat ik niet uitsluit dat ergens achter een bloembak nog een compleet Ksa-interventieteam verstopt zit.
Je weet het tegenwoordig maar nooit.
Wordt vervolgd…
—————————————————————————–
PLEITNOTA Hoorzitting Woo 23691
30 juni 2026
Geachte voorzitter,
Voordat ik inhoudelijk op mijn bezwaar inga, wil ik eerst iets zeggen.
Ik ga vandaag geen pleitnota meer voorlezen.
Die fase ben ik inmiddels voorbij.
Na alles wat ik de afgelopen jaren met de Kansspelautoriteit heb meegemaakt, heb ik geen vertrouwen meer in de manier waarop mijn zaken worden behandeld. Dat geldt overigens niet alleen voor mijn eigen dossiers, maar ook voor de wijze waarop de Kansspelautoriteit in het algemeen met burgers, ondernemers en procedures omgaat.
Dat is geen conclusie die ik na één procedure trek. Die is ontstaan na jaren procederen, tientallen brieven, Woo-verzoeken, zittingen, verklaringen onder ede en steeds opnieuw dezelfde ervaringen.
Ik heb gezien dat standpunten veranderen wanneer dat beter uitkomt.
Ik heb gezien dat documenten verdwijnen of ineens niet meer blijken te bestaan.
Ik heb gezien dat vragen onbeantwoord blijven.
Ik heb gezien dat verklaringen onder ede niet overeenkomen met eerdere standpunten van de Kansspelautoriteit.
En iedere keer wordt vervolgens verwacht dat ik weer serieus deelneem aan een volgende procedure, alsof er niets is gebeurd.
Dat vertrouwen heb ik niet meer.
Sterker nog, bij mij is inmiddels de overtuiging ontstaan dat deze hoorzitting vooral een verplichte stap is voordat het definitieve besluit wordt genomen. Ik hoop oprecht dat ik ongelijk heb, maar mijn ervaringen van de afgelopen jaren geven mij daar weinig aanleiding toe.
Dat betekent niet dat ik hier voor niets zit.
Integendeel.
Ik ben hier omdat de wet mij deze mogelijkheid geeft en omdat ik iedere juridische stap zal blijven benutten zolang dat nodig is.
Maar ik ga niet langer meedoen aan het toneel dat iedere keer opnieuw wordt opgevoerd, waarbij de burger zijn verhaal mag doen en achteraf moet constateren dat met de inhoud nauwelijks iets is gedaan.
Ik zal mijn bezwaar daarom ook niet voorlezen alsof ik een spreekbeurt houd.
U ontvangt mijn pleitnota. Die maakt onderdeel uit van het dossier.
Mijn vragen zijn duidelijk.
Mijn standpunten zijn duidelijk.
Ik wacht de beslissing van de Kansspelautoriteit af, omdat de procedure dat nu eenmaal voorschrijft.
Daarna zal ik opnieuw bekijken welke juridische mogelijkheden mij nog resten om de waarheid boven tafel te krijgen.
Want één ding weet ik inmiddels wel.
De waarheid laat zich misschien vertragen.
Soms jarenlang.
Maar uiteindelijk komt zij boven tafel.
Daarvan ben ik overtuigd.
Zo zeker als amen in de kerk en volgens mijn Matti is het amin in de moskee .
Dan kom ik nu toe aan de inhoud van mijn bezwaar.
Mijn Woo-verzoek ziet op de periode van 2010 tot en met 12 januari 2026. Dat is een periode van vijftien jaar.
Vervolgens krijg ik te horen dat er binnen die vijftien jaar slechts vijf documenten zijn aangetroffen.
Alle vijf blijken bovendien uit 2025 te komen.
Dat is voor mij simpelweg niet geloofwaardig.
Juist in de jaren 2018 en 2019 speelde de hele discussie rondom Cash Center.
Dat was geen klein dossier, maar een dossier waarin de Kansspelautoriteit, de politie, het Openbaar Ministerie en uiteindelijk ook de strafrechter zich jarenlang hebben verdiept.
In diezelfde periode heb ik zelf meerdere keren contact gehad met de Kansspelautoriteit.
Zowel telefonisch als schriftelijk heb ik uitgelegd hoe ik de positie van Cash Center zag.
Ik heb toen al aangegeven dat het risico van illegaal gokken ligt bij de aanbieder van het kansspel en niet automatisch bij degene die een betaling verwerkt.
Dat standpunt heb ik destijds niet alleen mondeling ingenomen, maar ook schriftelijk onder de aandacht gebracht.
Als dat allemaal heeft plaatsgevonden, dan verwacht ik ook dat daar interne notities, e-mails, memo’s, juridische beoordelingen of andere documenten van bestaan.
Die zie ik echter nergens terug.
Sterker nog.
De documenten die ik wel heb mogen inzien gaan helemaal niet over de periode waarin Cash Center actueel was.
Ze gaan uitsluitend over 2025.
Wat mij daarbij opvalt, is dat de Kansspelautoriteit in die documenten eigenlijk nog bezig is met het onderzoeken hoe banken en PSP’s zich verhouden tot illegale aanbieders.
Er wordt gesproken over een eerste analyse.
Over een top 10.
Over een top 30.
Over kennis opbouwen.
Over gesprekken voeren.
Over onderzoeken welke PSP’s een rol spelen.
Dat verbaast mij.
Want als men daar in 2025 nog mee bezig is, hoe kon men dan jaren eerder zo stellig zijn over de positie van Cash Center?
Dat brengt mij bij de belangrijkste vraag van vandaag.
Hoe zag de Kansspelautoriteit Cash Center eigenlijk?
Was Cash Center volgens de Kansspelautoriteit een betaaldienstverlener?
Een PSP?
Of was Cash Center volgens de Kansspelautoriteit zelf een kansspelaanbieder?
Dat onderscheid is namelijk allesbepalend.
En vervolgens komt de vervolgvraag.
Waar is het onderzoek waarop die conclusie is gebaseerd?
Want dat onderzoek heb ik nergens aangetroffen.
Sterker nog.
Wij kennen inmiddels allemaal de verklaringen die onder ede zijn afgelegd door de inspecteurs Eerligh, Van den Brink, Van Dalen en Roeleveld.
Hun antwoord was telkens hetzelfde.
Er is geen onderzoek gedaan naar de zogenaamde onlosmakelijke verbinding tussen Cash Center en Forzza.
Er is geen onderzoek gedaan naar alternatieve betaalmogelijkheden.
Er is geen onderzoek gedaan naar de vraag of Cash Center feitelijk als PSP of betaaldienstverlener functioneerde.
Als dat onderzoek niet is verricht, dan vraag ik mij af waarop de conclusies destijds dan wel zijn gebaseerd.
Dat is voor mij nog steeds de kern van deze zaak.
Daar komt nog iets bij.
Tijdens de inzage bleek dat een bijlage ontbrak.
In één van de e-mails wordt verwezen naar een lijst met PSP’s die de Kansspelautoriteit op dat moment zag.
Die bijlage zat niet bij de stukken.
De aanwezige medewerkers konden alleen aangeven dat deze mogelijk niet meer in het systeem aanwezig was.
Ook dat roept vragen op.
Als de Kansspelautoriteit nu zegt dat er in vijftien jaar slechts vijf documenten zijn gevonden, betekent dit dan dat er nooit interne discussies zijn geweest over PSP’s?
Nooit juridische beoordelingen?
Nooit analyses?
Nooit overleg over Cash Center?
Nooit overleg over betaalproviders?
Dat kan ik mij eerlijk gezegd niet voorstellen.
Zeker niet omdat de Kansspelautoriteit in strafzaken wel het standpunt heeft ingenomen dat Cash Center veel verder ging dan alleen het verwerken van betalingen.
Dan moet daar toch iets aan vooraf zijn gegaan.
Een analyse.
Een onderzoek.
Een interne beoordeling.
Een memo.
Een juridisch advies.
Maar daarvan zie ik niets terug.
Daarom verzoek ik de commissie kritisch te kijken naar de uitgevoerde zoekslag.
Ik verzoek de Kansspelautoriteit vandaag antwoord te geven op de volgende vragen.
Welke zoektermen zijn precies gebruikt?
Welke systemen zijn doorzocht?
Zijn ook oude mailboxen onderzocht?
Zijn de dossiers uit 2018, 2019 en 2020 daadwerkelijk doorzocht?
Zijn de dossiers van de betrokken inspecteurs onderzocht?
Is gezocht op de zoektermen Cash Center, Cash Centres, Forzza, PSP, betaaldienstverlener, betaalprovider en vergelijkbare termen?
Bestaan er interne juridische adviezen over de kwalificatie van Cash Center?
Zo ja, waar bevinden die zich?
Zo nee, waarop is destijds de conclusie gebaseerd dat Cash Center meer was dan een betaaldienstverlener?
Voorzitter,
Ik vraag vandaag niet om aannames.
Ik vraag niet om meningen.
Ik vraag uitsluitend om documenten.
En als de Kansspelautoriteit stelt dat die documenten niet bestaan, dan verwacht ik een controleerbare en verifieerbare uitleg hoe dat mogelijk is.
Niet alleen omdat mijn Woo-verzoek een periode van vijftien jaar bestrijkt.
Maar vooral omdat de Kansspelautoriteit in diezelfde periode verstrekkende conclusies heeft getrokken over de rol van Cash Center.
Ik blijf daarom met één fundamentele vraag zitten.
Waar is het onderzoek waarop die conclusies zijn gebaseerd?
Als dat onderzoek er is, dan wil ik het graag zien.
Als dat onderzoek er niet is, dan zegt dat misschien wel meer dan alle vijf de documenten die ik tijdens de inzage heb mogen bekijken.
Dat is uiteindelijk waar deze Woo-procedure voor mij om draait.
Dank u wel.