De burgemeester van Rotterdam, heeft een voorstel ingediend om de openingstijden van gokhallen in de stad te verruimen. Waar gokhallen nu nog tot 02:00 uur open mogen blijven, wil de burgemeester deze sluitingstijd verruimen tot 04:00 uur. Het voorstel komt voort uit een herziening van het horecabeleid en zou zorgen voor een gelijker speelveld tussen verschillende uitgaansgelegenheden. Daarbij wordt ook gekeken naar meer toezicht, transparantie en bescherming tegen gokverslaving. De gemeenteraad moet nog instemmen met het voorstel.
Column – Eindelijk iemand die spreekt, al ben ik het niet met haar eens
Laat ik beginnen met applaus: de burgemeester van Rotterdam toont lef. Geen politieke draaikonterij, geen wollige woorden: gewoon een duidelijk besluit. Gokhallen in Rotterdam mogen straks misschien open tot 04:00 uur. Gedurfd, en eerlijk is eerlijk — ook broodnodig. Eindelijk een stap die de betutteling doorbreekt en de markt niet langer het privilege gunt van één overgeprivilegieerde speler: Holland Casino.
Want laten we wel wezen: Holland Casino speelt al jaren het heilige boontje. Zogenaamd de nette jongen in de gokwereld, maar ondertussen wel de enige die onder het toeziend oog van Den Haag structureel een voorsprong krijgt. De reden? Simpel. Omdat ze het spaarbankboekje van de staat spekken. En dus krijgt het staatscasino privileges waar iedere gewone ondernemer alleen maar van kan dromen. Fair play? Niet bepaald.
Dus ja, hulde dat Rotterdam de gokhallen eindelijk eens serieus neemt. Niet alles hoeft altijd op slot uit angst voor het grote kwaad.
Maar dan haar visie… Daar wringt voor mij de schoen. Want in haar toelichting klinkt het bekende riedeltje: dat online gokken zulke enorme verslavingsproblemen veroorzaakt, en dat deze maatregel dus extra zorgvuldig moet worden afgewogen. En dáár haak ik af.
Want deze paniekerige framing van ‘het grote online gevaar’ begint wel erg gemakzuchtig te worden. Natuurlijk zijn er risico’s — die zijn er altijd geweest. Maar laten we niet doen alsof het internet een soort duivelsporthal is waar de zwakkeren massaal ten onder gaan. Dat beeld is te eenzijdig, te gemakkelijk, en te dramatisch. Alsof de gokverslaving pas begon toen het wifi-signaal het café binnenkwam.
Wat ik wel waardeer, is dat de burgemeester haar verhaal met overtuiging brengt. En ja, dat ze een vrouw is, maakt het des te krachtiger — het is lang geleden dat ik iemand uit bestuurlijk Nederland zó helder, zó overtuigd, en zó begrijpelijk heb horen spreken. Dat mag gezegd worden. Het is bijna ontroerend, zeker in een tijd waarin men het onbegrijpelijke zó lang oprekt tot het domme volk het vanzelf maar begrijpelijk móet gaan vinden.
Dus samengevat: ik ben het eens met de maatregel, maar oneens met de motivatie. Toch een diepe buiging voor de stijl. En laten we eerlijk zijn: vergeleken met haar kleurloze voorganger,Achmed Aboutaleb, is deze burgemeester een verademing. Iemand die niet bang is voor nuance, voor controverse, of voor verandering. En dat alleen al verdient applaus — zelfs als je het inhoudelijk liever anders had gezien.