RECHTER MR. DROP, DOE DE BLINDDOEK EVEN AF
Ik begin langzamerhand ergens verstand van te krijgen.
Niet van alles.
Dat zou gevaarlijk worden.
Maar na jaren procederen, Woo-verzoeken, hoorzittingen, deelbesluiten, kansspelzaken, Cash Centers, online gokken, landbased gokken en zoveel stukken van de Kansspelautoriteit dat ik vermoed dat mijn printer inmiddels recht heeft op een burn-out, durf ik inmiddels wel te zeggen dat ik op dit gebied redelijk weet waar Abraham de fiches haalt.
Vooral Woo-verzoeken.
Daar ben ik inmiddels waarschijnlijk ervaringsdeskundige in.
Misschien zelfs verslavingsdeskundige.
Je dient er eentje in.
Dan nog eentje.
Dan bezwaar.
Dan een hoorzitting.
Dan blijkt er iets te ontbreken.
Dan krijg je een inventarislijst.
Dan nóg een besluit.
En voor je het weet lig je ’s nachts in bed te denken:
zal ik morgen nog eentje indienen?
Dat lijkt mij toch een vrij duidelijk ziektebeeld.
Ook van online en landbased gokken heb ik na al die jaren inmiddels iets meer gezien dan alleen de reclameblokken op televisie.
En daarom had Vivian de Ziel mij gemachtigd om namens zijn bedrijf Axion Amsterdam B.V. op te treden bij de Raad van State.
Niet omdat ik advocaat ben.
Ben ik niet.
Ik heb wel een hoge opleiding.
HTS.
Hoge Toneel School.
Maar vooral omdat ik dit dossier inmiddels aardig ken.
En eigenlijk is deze zaak helemaal niet ingewikkeld.
Alle juridische rookgordijnen weg en er blijven drie simpele vragen over:
Wat was Cash Center?
Wat deed Axion precies?
En wie heeft dat destijds fatsoenlijk onderzocht?
Wie ben ik, wat ben ik?
Nee.
Niet de televisiequiz.
Maar ongeveer dat.
Was Cash Center gewoon een betaalmiddel?
Was het méér dan een betaalmiddel?
En als de Ksa zegt dat het méér was:
waar staat dan het onderzoek waaruit dat blijkt?
Dat is eigenlijk de hele zaak.
De rest zijn ordners.
Heel veel ordners.
En zo kwam ik op 9 september weer in Den Haag terecht.
Raad van State.
Kneuterdijk.
En laat ik positief beginnen.
Wat een prachtige ontvangst.
Je komt binnen bij een schitterende balie en daarachter staat een man die Dennis heet.
Nou, ik weet niet hoe de Raad van State zijn mensen selecteert, maar als iemand in Den Haag de zon kan laten schijnen terwijl het buiten donker is, dan is het Dennis.
The sunshine from the city.
Je komt daar binnen met tassen vol dossiers, processen-verbaal, getuigenverklaringen en genoeg Ksa in je hoofd om een normaal mens langdurig arbeidsongeschikt te maken, en Dennis doet iets wat verrassend veel organisaties moeilijk vinden:
gewoon menselijk zijn.
Ook de griffiers trouwens.
Wereldklasse.
Mensen die hun werk uitstekend doen, maar daarbij niet vergeten dat de mensen tegenover hen geen dossiernummers met schoenen zijn.
Chapeau.
Dat mag ook wel eens gezegd worden.
Niet alles in Den Haag hoeft van mij een schop te krijgen.
Daarna begon het echte werk.
En ik had mij vooraf één ding voorgenomen.
Voordat we één Cash Center, één Forzza-account, één proces-verbaal, één Visa-kaart of één procent provisie gingen bespreken, wilde ik antwoord op één vraag:
Gaat deze rechter zelf onderzoeken of de feitelijke fundering van het verhaal van de Ksa klopt?
Niet:
heeft rechtbank Rotterdam er al iets van gevonden?
Niet:
heeft Amsterdam er al naar gekeken?
Niet:
heeft Haarlem er iets over geschreven?
En niet:
staat er inmiddels ergens een indrukwekkend ECLI-nummer achter?
Nee.
Gewoon:
gaat u zelf kijken?
Zelf lezen.
Zelf vergelijken.
Zelf nadenken.
Dat klinkt misschien normaal.
Na een paar jaar bestuursrecht voelt het bijna als avant-garde.
Ik had het zelfs letterlijk in mijn pleitnota gezet.
En voor mezelf stond daaronder:
STOP HIER. MOND DICHT. LAAT DE VOORZITTER ANTWOORDEN.
Voor iemand zoals ik misschien nog wel de moeilijkste juridische opdracht van de hele middag.
Want als het antwoord was geweest:
“Mijnheer Ten Voorde, eerdere rechters hebben dit al beoordeeld en wij beschouwen het als vaststaand”,
dan was het een korte zitting geworden.
Dan had ik om schorsing gevraagd.
En daarna hadden we gekeken hoe verder.
Dat begrijpt ieder dom schaap.
Zelfs die bij mij in de stal.
Maar mr. Drop gaf aan dat hij de feitelijke grondslag zelfstandig zou beoordelen.
Kijk.
Dat wilde ik horen.
Maar ik ben inmiddels oud genoeg om te weten dat er verschil bestaat tussen:
zeggen
en
doen.
Bij de Kansspelautoriteit spreken ze bijvoorbeeld ook regelmatig over transparantie.
En eerlijkheid.
Prachtige woorden.
Daar kun je een complete bestuurskundige brochure mee vullen.
Alleen weet ik als onbetaald onderzoeker, Woo-verslaafde en ervaringsdeskundige inmiddels dat die twee woorden niet altijd even soepel door de draaideur van de Ksa naar binnen komen.
Dus ook bij mr. Drop geldt:
mooi dat u zegt dat u zelfstandig gaat kijken.
Nu nog doen.
En als hij dat werkelijk doet, heb ik één praktisch advies.
Vrouwe Justitia draagt een blinddoek.
Prachtig symbool.
Maar voor dit dossier zou ik hem heel even afdoen.
Anders wordt het zoeken naar het oorspronkelijke onderzoek wel héél ingewikkeld.
Want de Ksa zegt al jaren dat Cash Center en Forzza een soort onlosmakelijke verbinding vormden.
Onlosmakelijk.
Mooi woord.
Klinkt als een katholiek huwelijk uit 1953.
Eens verbonden, altijd verbonden.
Alleen kwam er later een klein probleem.
De mensen die het onderzoek hadden gedaan, werden onder ede gehoord.
Andere mogelijkheid geprobeerd om buiten Cash Center om een account aan te maken?
“Nee, volgens mij is dat niet geprobeerd.”
Visa of Mastercard geprobeerd?
“Nee, dat heb ik niet.”
Waarom niet?
“Dat weet ik niet.”
Een andere onderzoeker verklaarde zelfs:
“De verdediging heeft dat wel onderzocht en kennelijk is het dus wel mogelijk.”
Kijk.
Ik kom van het platteland.
Wij hebben voor “onlosmakelijk” een eenvoudige onderzoeksmethode.
Je trekt eraan.
Komt het los?
Dan was het blijkbaar niet onlosmakelijk.
Bij de Ksa werkt wetenschap iets anders.
Daar schrijf je eerst op dat iets onlosmakelijk is.
Vervolgens onderzoek je niet alle manieren waarop het misschien tóch los kan.
En daarna gebruik je het proces-verbaal als bewijs dat het onlosmakelijk is.
Efficiënt.
Dat wel.
Daarna komt een rechter.
Die leest het.
Dan komt de volgende rechter:
“Een andere rechter heeft hier al naar gekeken.”
Dan nummer drie:
“Er zijn inmiddels meerdere uitspraken.”
En voordat je het weet is iets geen aanname meer.
Dan heet het jurisprudentie.
Eén dom schaap springt over het hek.
De rest noemt het vaste rechtspraak.
Amsterdam maakte het wat dat betreft wel erg makkelijk.
Waarom zou je nog twijfelen aan een onderzoek wanneer een andere rechter er al naar heeft gekeken?
Dat systeem ga ik thuis ook invoeren.
Als mijn accountant vraagt of de jaarrekening klopt:
“Zeker.”
“Wie heeft hem gecontroleerd?”
“De buurman.”
“Is hij accountant?”
“Nee.”
“Heeft hij gerekend?”
“Ook niet.”
“Waarom klopt hij dan?”
“Hij heeft de ordner gezien.”
Dossier gesloten.
Toen kwam natuurlijk het woord faciliteren.
Dat woord gaat bij de Ksa nooit met pensioen.
Cash Center faciliteerde illegaal gokken.
Ja.
Een bank faciliteert betalingen.
Een telefoon faciliteert communicatie.
Een snelweg faciliteert een plofkraak.
Mijn broek faciliteert dat ik niet naakt over de Kneuterdijk loop.
En toch zit daar juridisch nogal wat tussen.
Het mooie was dat de Ksa op de zitting zelf aangaf dat het mogelijk is dat betaaldienstverleners tegenwoordig illegaal gokken faciliteren en dat daarnaar onderzoek wordt gedaan.
Pardon?
Dus tegenwoordig moeten we nog onderzoeken wanneer een betaaldienstverlener faciliteert?
Maar bij Cash Center wisten we het jaren geleden al?
Zonder Visa goed te testen.
Zonder Mastercard goed te testen.
Zonder alle alternatieve routes uit te sluiten.
Ik hoef overigens geen onderzoek te doen naar de vraag of banken faciliteren.
Ik weet het al.
Waarschijnlijk omdat:
THE BANKS ARE NOT MY FRIENDS.
Ook nog even mogen loeien in Den Haag.
Niet mijn uitspraak.
Van de voorzitter van de Kansspelautoriteit.
Je moet bronnen netjes blijven vermelden.
Toen faciliteren wat lastig werd, kwam uiteraard bevorderen uit de gereedschapskist.
Je moet toch wat met zo’n dossier.
Bevorderen klinkt ook beter.
Actiever.
Bij bevorderen denk ik aan klanten zoeken.
Mensen aanspreken.
Reclame.
Kranten.
Internet.
T-shirts.
Voor mijn part een zwembroek met:
FORZZA – VANDAAG EXTRA INZETKORTING.
Alleen hadden wij dat bij Axion niet.
Dus komt Henki opnieuw met die vervelende simpele vraag:
Wat deed Axion zelf concreet méér dan betalingen verwerken?
Niet:
wat deed een klant daarna met zijn geld?
Niet:
hoeveel procent van het gebruik hield verband met Forzza?
Niet:
wat vond een rechter er jaren later van?
Maar:
welke concrete activiteit maakte Axion méér dan een betaaldienstverlener?
En:
waar is dat destijds onderzocht?
Dan kwamen we bij mijn favoriete vak.
Wiskunde.
Of zoals de Ksa het noemt:
40 PROCENT!
Dat klinkt natuurlijk fantastisch verdacht.
40 procent!
Als iemand op een verjaardag zegt dat hij 40 procent verdient, trekt tante Annie onmiddellijk haar handtas naar zich toe.
Mijn vraag blijft:
40 procent waarvan?
Bruto?
Netto?
Omzet?
Marge?
Het verschil tussen amount in en amount out?
Want daar zit nogal verschil tussen.
Ik heb het in Den Haag nog even voorgerekend.
€100.000 erin.
€90.000 eruit.
Verschil €10.000.
40 procent daarvan:
€4.000.
Neem nu een partij die dan 3 procent rekent, maar wel over iedere bruto geldbeweging.
€100.000 erin.
€90.000 eruit.
Samen €190.000 transactiestroom.
3 procent:
€5.700.
Dus mijn zogenaamde spectaculaire 40 procent netto kan in euro’s gewoon minder opleveren dan 3 procent bruto over de transactiestroom.
En daarmee zitten we ongeveer bij het verschil tussen mijn verdienmodel en dat van een bank.
Waarom denkt u dat Henki rondrijdt in een Suzuki Ignis uit 2003?
En een bankdirecteur minimaal in zo’n nieuwe Volvo XC90 stapt.
Of hoe die krengen ook heten.
Mijn Suzuki heeft in ieder geval ook deuren.
Meestal gaan ze zelfs open.
Dus voor iedereen die na deze column meer uitleg wil over bruto, netto en verdienmodellen:
gewoon vragen.
Ik leg het uit.
Net zoals in Den Haag.
En als u het dan nog steeds niet begrijpt, doen we het nóg eenvoudiger:
ik verwerkte geld en verdiende in dit voorbeeld minder.
De bank verwerkt geld en verdient meer.
Ik kreeg het nekschot.
De bank graaide verder.
Was ik ook maar friend from the banks.
Misschien kan Michel mij vertellen hoe je lid wordt.
Bereikbaar tijdens kantooruren bij de Kansspelautoriteit.
Vraag even naar de afdeling eerlijkheid en transparantie.
Mochten ze die inmiddels gevonden hebben.
Maar gekheid terzijde:
dat rekenen doet ertoe.
Want als 40 procent een verdachte omstandigheid moet zijn, moet je eerst weten waarvan die 40 procent wordt berekend.
40 procent van weinig kan minder zijn dan 3 procent van veel.
Dat is geen juridische theorie.
Dat is rekenen.
Ik keek naar mr. Drop.
Volgens mij begreep hij het.
Maar ik blijf voorzichtig.
Misschien heeft hij gewoon beter toneelonderwijs gehad dan ik.
Ik heb tenslotte slechts HTS.
Hoge Toneel School.
Wat ik hem wél moet nageven:
ik kon de vraag die voor deze hele zaak beslissend is recht op tafel leggen.
Gaat u zelf kijken of de fundering klopt?
Hij zei ja.
En daar begint nu het spannendste gedeelte.
Niet zeggen.
Maar doen.
Dus mr. Drop:
succes.
Duik erin.
Cash Center.
Forzza.
AMB-001.
AMB-007.
Visa.
Mastercard.
Bruto.
Netto.
Faciliteren.
Bevorderen.
Getuigenverklaringen.
Woo.
En zoek vooral dat ene ding waar ik na al die jaren nog steeds om vraag:
de concrete onderzoekshandeling waaruit blijkt wat Cash Center méér maakte dan een betaaldienst.
Niet de conclusie.
Niet een proces-verbaal waarin de conclusie wordt opgeschreven.
Niet een vonnis waarin die conclusie later wordt overgenomen.
Maar:
wie heeft het onderzocht, wat heeft hij onderzocht en wat kwam daar feitelijk uit?
Wie ben ik?
Wat ben ik?
En wie heeft dat goed onderzocht?
Nee.
Nog steeds niet de televisiequiz.
Wel een vraag waar inmiddels rechtbanken, de Kansspelautoriteit en de Raad van State jaren zoet mee zijn.
Als mr. Drop dat oorspronkelijke onderzoek vindt:
bel mij.
Ik kom het persoonlijk ophalen.
Desnoods met de Suzuki.
Nu ongeveer zes weken wachten.
Op feiten?
Op aannames?
Of eindelijk op een antwoord?
We gaan het meemaken.
Tot die tijd blijft procederen tegen de Kansspelautoriteit eigenlijk precies wat je ervan mag verwachten.
Een kansspel.
Alleen deze keer hoop ik dat iemand eerst controleert of het spelletje wel eerlijk gespeeld is.