De Champions League van het zoekraken
Door Henki
Aanleiding voor deze column: lees ook het artikel in Trouw over geheimhouding bij de overheid en de democratische rechtsstaat.
Beste lezers,
Nee. Niet weer dat gefrustreerde boertje uit Twente.
Niet weer beginnen over de Kansspelautoriteit.
Niet weer zeuren dat er volgens vier inspecteurs geen onderzoek is gedaan.
Niet weer over dossiers die voor negentig procent zwart zijn gelakt.
Niet weer over Woo-verzoeken.
Niet weer over Den Haag.
Dat kennen jullie inmiddels wel.
Sterker nog…
Ik begon mezelf bijna een beetje saai te vinden.
Tot ik deze week een artikel in Trouw las.
A’j mi-j nou, Henki…
Jij speelt nog in de vierde klasse.
Want wat blijkt?
Bij Financiën hebben ze helemaal geen zoekprobleem.
Nee hoor.
Daar spelen ze gewoon de Champions League.
Miljoenen documenten.
Een complete datakluis.
Niemand wist precies wat erin zat.
Niemand wist precies waarom hij bestond.
En vooral…
Niemand wist waarom al die documenten jarenlang niet gewoon boven tafel kwamen.
Kijk…
Dan hoef ik me eigenlijk helemaal niet meer druk te maken over mijn vijf documenten uit vijftien jaar.
Vijf.
Over vijftien jaar.
Ik heb thuis een rommellade waar meer papier in ligt.
En die ruim ik nooit op.
De overheid zegt altijd dat zij de georganiseerde misdaad wil bestrijden.
Dat vind ik prachtig.
Maar voordat je Champions League gaat spelen…
…moet je eerst de bal zien te vinden.
En precies daar gaat het mis.
Ik zie het helemaal voor me.
Een stadion met honderdduizend zitplaatsen.
De spelers staan klaar.
De scheidsrechter fluit.
De VAR zit achter twaalf schermen.
De NOS is live.
Het volkslied is gespeeld.
Alleen…
…de bal is zoek.
Dus wordt er eerst een commissie ingesteld.
Daarna een projectgroep.
Dan een taskforce.
Vervolgens een externe deskundige.
Daarna een evaluatiecommissie die onderzoekt waarom de eerste commissie de bal niet heeft gevonden.
En na twee jaar verschijnt een rapport van 842 pagina’s.
Conclusie:
“De bal is vermoedelijk ooit aanwezig geweest.”
Nederland in een notendop.
En ik zal jullie eerlijk zeggen…
Als ik morgen een criminele organisatie zou beginnen…
…zou ik geen enkele voormalige maffiabaas aannemen.
Nee.
Ik neem gewoon een paar projectleiders van de overheid.
Die kunnen namelijk iets veel moeilijkers.
Die kunnen een document twintig jaar laten verdwijnen zonder dat iemand nog precies weet wie daarvoor verantwoordelijk is.
Probeer dát maar eens in een maffiafilm.
Daar krijg je na vijf minuten een schot door je knie omdat je de administratie kwijt bent.
Bij de overheid krijg je eerst een evaluatie.
Daarna een commissie.
Dan een reorganisatie.
En voor je het weet loop je rond met een mooiere functietitel, een grotere stropdas en een visitekaartje waar weer nét iets meer op staat dan gisteren.
Voor de lezers die mijn dossier al jaren volgen…
…die weten precies waarom ik daar zo hard om moet lachen.
Ik begin eerlijk gezegd steeds meer respect te krijgen voor de georganiseerde misdaad.
Niet vanwege de misdaad.
Maar vanwege het woord georganiseerd.
Kijk eens naar een maffiafilm.
Iedereen kent zijn taak.
Iedereen weet waar de administratie ligt.
Iedereen weet wie de baas is.
Iedereen weet wie de koffie haalt.
Bij de overheid weet men soms niet eens waar de administratie ligt waarmee bewezen moet worden waarom een besluit ooit is genomen.
Dat is toch een talent.
Als Don Corleone zijn administratie zo had bijgehouden als sommige ministeries…
…dan had hij zichzelf aangegeven.
Sterker nog…
Ik denk dat de Italiaanse maffia zonder moeite een cursus archiveren zou kunnen geven aan Den Haag.
Met certificaat.
Inclusief lunch.
En na afloop zijn er waarschijnlijk nog steeds minder documenten kwijt.
Toen dacht ik ineens…
Misschien zijn die vier inspecteurs van de Kansspelautoriteit helemaal geen uitzondering.
Misschien zijn ze gewoon een hoofdstuk uit een veel groter boek.
We hadden Schiphol.
We hadden Groningen.
We hadden de toeslagenaffaire.
Nu lezen we over de datakluis.
En ergens daartussen loopt nog een boertje uit Twente met een Woo-verzoek onder zijn arm.
Niet omdat hij zo graag papier verzamelt.
Maar omdat hij wil weten waarop besluiten van de overheid zijn gebaseerd.
Dat leek mij altijd een heel normale vraag.
Sterker nog…
Ik dacht dat dát precies de bedoeling was van een democratische rechtsstaat.
Maar inmiddels werkt het blijkbaar anders.
Je vraagt om documenten.
Dan krijg je een ontvangstbevestiging.
Dan een afbakening.
Dan een aanvullende afbakening.
Dan een zoekslag.
Dan een aanvullende zoekslag.
Dan een voortgangsbericht.
Dan een vakantieperiode.
Dan nog een overleg.
Dan nog een commissie.
En ergens, heel ergens aan het einde van de tunnel…
…krijg je misschien vijf documenten.
Als de printer het doet.
En als Jan van DIV niet met de caravan op een camping in Drenthe staat.
Wat mij misschien nog wel het meest verbaast…
Is dat de overheid iedere keer opnieuw zegt dat zij de georganiseerde misdaad gaat aanpakken.
Prima.
Maar misschien moeten we eerst eens beginnen met de georganiseerde overheid.
Want als de overheid zelf niet meer weet waar haar eigen documenten liggen…
…hoe wil zij dan bewijzen dat een ander iets verkeerd heeft gedaan?
En dan hoor ik steeds:
“U moet vertrouwen hebben.”
Dat vind ik ook zo’n prachtige zin.
Vertrouwen krijg je niet door een persbericht.
Vertrouwen krijg je niet door een commissie.
Vertrouwen krijg je niet door een zwarte stift.
En vertrouwen krijg je al helemaal niet door na iedere affaire te zeggen:
“Hier trekken wij lessen uit.”
Nederland trekt namelijk ontzettend veel lessen.
Alleen lijkt niemand ooit examen te doen.
En toch…
…ga ik gewoon door.
Niet met een hooivork.
Die blijft voorlopig nog in de schuur.
Maar ik ben bang dat dit boertje binnenkort toch weer met de trekker richting Den Haag moet.
Niet alleen voor mijn eigen dossier.
Ook voor mijn noabers.
Want als ik zie hoe er tegenwoordig met boeren wordt omgegaan…
…dan lijkt het soms verdacht veel op Russische roulette.
En het mooiste van alles?
Daar heb ik de Kansspelautoriteit nog nooit een vergunning voor zien afgeven.
Dat is eigenlijk ook wel logisch…
Ze zijn waarschijnlijk nog steeds op zoek naar de bal.
Groeten uit Twente
Illustratie: Wanneer fictie verdacht veel op de werkelijkheid begint te lijken, wordt satire soms de enige manier om er nog om te kunnen lachen.